Spelen met Berry (Berry Westra)

 

deel 1 Basis-afspeltechniek

deel 2 Basis-tegenspeltechniek

 

Dit zijn leuk ogende, vlotgeschreven boeken waarin de elementaire speeltechniek aan de hand van veel voorbeelden wordt toegelicht.

In deel 1 staat het maken van een speelplan centraal.  Een paar voorbeelden:

 

                                         1

ª A 7

N

ª 6 3

© H B 10 9 4

 

© V 2

¨ 10 6 5

W              O

¨ A V B 9 3

§ A H 6

 

§ V 7 4 3

 

Z

 

 

West speelt 3SA; noord start met ª2.  U laat de eerste schoppenslag aan zuid, de tweede neemt u met ªA.  Hoe verder?

 

                                         2

ª B 9 2

N

ª H V 7

© A 5

 

© H 6

¨ V B 8 7 4

W              O

¨ 10 9 3

§ H 10 3

 

§ A V B 7 2

 

Z

 

 

West speelt opnieuw 3SA: uitkomst ©3.  Hoe speelt u?

 

                                        3

ª A H

N

ª 7 6 5 4

© 8

 

© V B 9 3 2

¨ A H V 8 6

W              O

¨ 4 3 2

§ A H 9 3 2

 

§ 6

 

Z

 

 

West speelt 6¨: noord start met ªB. Hoe pakt u dit spel aan?

 

         

 

 

                                        4

ª A 7 4 3

N

ª 8 2

© A H 6

 

© 7 3

¨ A H V 8

W              O

¨ 9 4

§ 8 2

 

§ A H B 7 6 5 3

 

Z

 

 

West speelt 6SA; uitkomst ©V.  U neemt ©A (u hebt gelukkig geen schoppenstart gekregen) en gaat af op de sleutelkleur, klaveren.  Bij noord komt §9.  Wat speelt u bij in dummy? Een goed speelplan begint met het tellen van de vaste slagen, in 1) zijn dat er vijf.  Er moeten er vier bijkomen en dat kan in ruiten of harten.  De juiste kleur is ruiten.  U moet hopen dat de snit op  ¨H lukt.  Harten is niet goed.  U moet met ©A van slag en verliest dan zeker vier schoppenslagen (de heel kleine kans dat de schoppens 7-2 zitten met  ©A doubleton daargelaten)

 

In 2) hebt u zeven vaste slagen. De ontbrekende twee moet u zoeken in schoppen. Zou u op de ruitens afgaan dan moet u tweemaal van slag en dan speelt de tegenpartij de hartens vrij.

 

In 3) moet u twee klaveren in dummy troeven: ªA, §A, klaveren getroefd, ªH, klaveren getroefd en de troeven trekken.  Onder §H valt de laatste klaveren en u geeft alleen ©A af. De Uitstaande klaveren mogen niet slechter dan 4-3 zijn verdeeld en de troeven niet slechter dan 3-2. Eerst §A èn §H is niet goed; één der tegenstanders kan dan de vierde klaveren vóór- of overtroeven.

 

In 4) lijkt §B afdoende.  Als de snit mislukt, maakt u zes slagen in die kleur.  Maar met §V-vierde bij noord kunt u het zitsel niet de baas.  Duik daarom! Als zuid bekent, 'lopen' de klaveren verder en als zuid niet bekent, snijdt u later op §V.

 

In deel 1 komen aan de orde: Het maken van een speelplan, Communicatie, Speelfiguren, Kansberekening, De gevaarlijke hand, Het spelen van troefcontracten, Safety Plays, Eliminatie en Ingooi.  Deel 2 behandelt het tegenspelen: Uitkomen, De derde man, Signaleren, Naspelen, De tweede hand en Afgooien.